Onderzoeken

Antibioticagebruik in de huisartsenpraktijk: van goed naar beter

Wereldwijd is er een zeer gevaarlijke toename van resistentie van bacteriën voor antibiotica, dit heet antibioticaresistentie. Bij antibioticaresistentie zijn bacteriën niet langer gevoelig voor een behandeling met antibiotica. Dit kan ertoe leiden dat infecties niet meer (goed) te behandelen zijn met antibiotica. De belangrijkste oorzaak van antibioticaresistentie is het gebruik van antibiotica. In Nederland is de toename gelukkig beperkt en zijn infecties nog goed te behandelen. Dit komt doordat er weinig antibiotica worden voorgeschreven in Nederland. Echter kunnen de bacteriën met antibioticaresistentie zich verder wereldwijd verspreiden. Om verdere verspreiding in Nederland te voorkomen, is het nodig om alleen antibiotica te gebruiken

Aanleiding en doel

De toename van antibioticaresistentie (ABR) vormt één van de grootste bedreigingen voor de mondiale gezondheidszorg. Er is sprake van antibioticaresistentie wanneer bacteriën zich aanpassen en ongevoelig worden voor één of meerdere antibiotica. Daardoor zijn deze antibiotica niet langer effectief. Het gebruik van antibiotica op velerlei manieren (in de humane en veterinaire geneeskunde en als “xenobiotica” in andere organismen) is de voornaamste oorzaak van deze toenemende resistentie. Antibioticaresistentie maakt de behandeling van patiënten met bacteriële infecties met antibiotica steeds moeilijker en dit kan uiteindelijk zelfs onmogelijk worden.

De antibioticaresistentie in Nederland is relatief laag vergeleken met de rest van de wereld. Dit kan toegeschreven kan worden aan het relatief geringe totale gebruik van antibiotica in vergelijking met de meeste Europese landen. Desondanks kent ook Nederland een toename van antibioticaresistentie. De enige mogelijkheid om deze toename te vertragen, is het optimaliseren van antibioticagebruik in Nederland.

Huisartsen schrijven ongeveer 80 tot 90% voor van alle antibiotica in de Nederlandse gezondheidszorg. Dit grote aandeel maakt huisartspraktijken een essentiële ingang om te komen tot interventies die het antibioticagebruik optimaliseren.

Het doel van het in dit proefschrift beschreven onderzoek was om de bijdrage aan antibioticaselectiedruk door huisartspraktijken te kwantificeren, de kwaliteit van het voorschrijven van antibiotica in huisartspraktijken te onderzoeken en het verkennen van de mogelijkheden tot verbetering ervan. Voor dit doel zijn 5 onderzoeken uitgevoerd in het kader van een promotieonderzoek.

Methodiek

De impact van antimicrobiële voorschriften uit de eerstelijnsgezondheidszorg op de antimicrobiële selectiedruk en de daaruit voortvloeiende AMR werd onderzocht met een opensource datastudie die gebruikmaakte van openbaar beschikbare gegevens van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en die de soorten en hoeveelheden antimicrobiële geneesmiddelen inventariseerde die door eerstelijnsartsen in Europese landen werden voorgeschreven. De antimicrobiële druk werd berekend met behulp van een proxy-indicator, de Antibiotic Spectrum Index (ASI), die we correleerden met de AMR van een land.

Verschillende elementen van het voorschrijven van antimicrobiële stoffen in de eerstelijnszorg werden onderzocht in een systematisch literatuuronderzoek dat leidde tot een raamwerk van determinanten van ongepast voorschrijven van antimicrobiële stoffen in de eerstelijnszorg in ontwikkelde landen waar huisartsen als poortwachter fungeren.

Een observationele cohortstudie onderzocht de invloed van SARSCoV-2-infecties op het aantal antimicrobiële voorschriften in de eerstelijnszorg.
Het aantal antimicrobiële voorschriften voor patiënten tijdens een COVID-19-infectie werd vergeleken met het aantal antimicrobiële voorschriften voor patiënten tijdens een influenza- of influenza-achtige infectie in andere jaren. Het verband tussen antimicrobiële voorschriften en risicofactoren voor een ongunstig verloop van een SARS-CoV-2-infectie werd onderzocht.

In een mixed-method studie met semi-gestructureerde interviews en een dossieranalyse onderzochten we de details van onjuiste registraties van antibiotica-allergieën en wat er verbeterd zou kunnen worden in de registratie van antimicrobiële allergieën. De resultaten laten zien hoe en in welke mate de kwaliteit van registraties van antibioticagevallen kan worden verbeterd.

In een retrospectieve observationele cohortstudie hebben we grote gezondheidszorgregisters gebruikt en gecombineerd om het gebruik van antimicrobiële middelen in de eerstelijnszorg te evalueren. Het doel was om het aantal gepaste en ongepaste antimicrobiële voorschriften in de eerstelijnszorg over een periode van 10 jaar te bepalen, welke patiëntengroepen en determinanten geassocieerd zijn met gepast voorschrijven van antimicrobiële en de mate waarin het voorschrijven van antimicrobiële stoffen in de eerstelijnszorg kan worden verbeterd.

Relevante (deel)resultaten

Een belangrijke overkoepelende bevinding in onze studies is dat antibioticavoorschriften vanuit huisartspraktijken een veel grotere bijdrage leveren aan de ontwikkeling van antibioticaresistentie dan eerder werd aangenomen en dat uit de Europese data (inclusief Nederland) blijkt dat de mate van voorschriften uit de eerste lijn correleert met resistentieontwikkeling.

De belangrijkste determinanten voor het overmatig voorschrijven van antibiotica zijn diagnostische onzekerheid, de omvang van de huisartspraktijk (wellicht als maat voor beschikbare tijd in consulten en continuïteit in de “arts-patiënt-relatie”), de onmogelijkheid om doeltreffend te onderhandelen – of uitleg te geven over antibioticagebruik en de veronderstelling van huisartsen dat patiënten ‘een antibiotica
voorschrift verwachten’.

Er zijn drie in het oog springende aspecten waarop het voorschrijven van antibiotica in huisartspraktijken kan worden verbeterd. Er zijn te veel antibioticavoorschriften voor patiënten met een luchtweginfectie. In plaats van de breedspectrum antibioticagroep macroliden kan veelvuldig voor een smalspectrum antibioticum worden gekozen. En er wordt relatief overmatig antibiotica voorgeschreven aan patiënten met een specifieke migratie achtergrond (Turks, Nederlands-Caribisch, Surinaams).

Verder kan de registratie van antibiotica-allergieën worden verbeterd door onderwijs aan huisartsen om meer bewustzijn en kennis over antibiotica-allergieën te creëren, door het verifiëren van bestaande registraties van antibiotica-allergieën en het vergemakkelijken
van registratie in een EPD zodat de verschillende EPD’s beter op elkaar aansluiten en elkaar niet tegenwerken. Dit kan leiden tot vermindering van het aantal onbevestigde antibiotica-allergieregistraties en daarmee bijdragen aan het voorschrijven van eerste keuze antibiotica in plaats van tweede keuze (breedspectrum) antibiotica.

De toename van ABR vergt een actuele en meer proactieve surveillance van antibioticagebruik en resistentie in de huisartsenzorg. Bij een toename van antibioticagebruik en specifiek van breedspectrum antibiotica of van resistente bacterie groepen kan direct een interventie gericht op deze ontwikkelingen plaats vinden, bijvoorbeeld door aanpassingen in nationale richtlijnen, berichten in nieuwsbrieven van nationale organisaties of aandacht voor deze ontwikkelingen in het farmacotherapeutisch onderwijs. Artificial Intelligence (AI) of Big Data analyses kunnen bijdragen aan deze surveillance. In dit proefschrift hebben we laten zien dat Big Data toepasbaar is voor analyse van antibioticagebruik. Hierdoor
zijn ook relevante associaties ontdekt zoals die tussen overmalig antibiotica voorschrijven en praktijkgrootte. Het gebruik van AI bij surveillance en analyse van antibioticavoorschrijfgedrag is wellicht de volgende, nog te onderzoeken, stap.

Het volledige proefschrift is te vinden via de volgende links:

Overige betrokkenen

  • Merel Lambregts (LUMC)
  • Bart Hendriks (LUMC)
  • Leti van Bodegom-Vos (LUMC)
  • Mark de Boer (LUMC)