Elke dag overlijden er gemiddeld 5 mensen door suïcide in Nederland, waardoor suïcide één van de grootste volksgezondheidproblemen blijft.
Elke dag overlijden er gemiddeld 5 mensen door suïcide in Nederland, waardoor suïcide één van de grootste volksgezondheidproblemen blijft. Uit eerder onderzoek blijkt dat veel mensen die door suïcide overlijden in het jaar voorafgaand contact hadden met de huisarts, maar hoe vaak dat is, wat voor contact het is en waar dat contact over ging is veelal onbekend. Twee belangrijke risicogroepen waar we als maatschappij rondom suicide nog de minste grip hebben zijn jongeren en mannen van middelbare leeftijd.
Vanuit deze urgentie is dit project opgezet om patronen in zorggebruik vóór suïcide beter te begrijpen. Door het analyseren van gekoppelde zorgdata uit de ELAN-infrastructuur en het CBS willen we zicht krijgen op wie zorg zoekt, wanneer, en met welk type klachten. Het doel is om concrete aanknopingspunten te vinden voor verbeterde vroegsignalering en preventie van suïcide binnen de huisartsenzorg.
Het betreft een retrospectieve, observationele cohortstudie op basis van data uit het Extramural LUMC Academic Network (ELAN), gekoppeld aan o.a. sociaaldemografische, economische en zorgverzekering data van het CBS. In deze studie zijn alle personen geïncludeerd die tussen 2009 en 2023 door suïcide overleden en die in het gehele jaar voorafgaand aan overlijden geregistreerd stonden bij een bij ELAN aangesloten huisartsenpraktijk.
Van deze personen wordt het zorggebruik geanalyseerd. Waar het contact over ging baseren we op de ICPC code die huisarts aan elk consult hangt om te declareren. Dit kan bijvoorbeeld K74 ‘Pijn op de borst’ of P03 ‘Down/depressief gevoel/somberheid’ zijn en zo is er overal een code voor. Verder kijken we naar type consulten waarbij daadwerkelijk wederzijds contact was (denk aan visite thuis, consult, telefonisch consult). Als laatste wordt gekeken naar de zorgkosten die gemaakt zijn in de GGZ (via CBS data). De data-analyse vindt plaats in de beveiligde omgeving van het CBS. We gaan kijken of mannen en vrouwen of verschillende leeftijdsgroepen verschillen in hun zorgzoekgedrag voorafgaand aan suicide en of hier patronen in te ontdekken zijn. Verder onderzoeken we hoe complete zorgmijders (mensen die en geen contact hadden met de huisarts en ook niet bekend waren bij de GGZ) verschilden van de personen die wel een vorm van zorg hadden/zochten.